Uit de Klink van 1993 – huisbewaarder – ouders van Jelle Attema
 
Mijn ouders waren in 1918 huisbewaarder, zoals dat heette, in de villa "Brandaris". Mijn vader had - als timmerman - deze villa mee helpen bouwen. Het was een vakantiehuis en werd alleen in de zomermaanden door de eigenaar en familie bewoond.
 
Stropers uit Haarlem en Zandvoort
's Winters stond zo'n woning leeg en ook toen werd er ingebroken. Niets nieuws dus onder de zon. Er waren vele villa's welke leeg stonden en zo werd het beroep van huisbewaarder gecreëerd. De villa "Brandaris" was de laatste villa aan de Noord-Boulevard, daar hield de weg op en was er alleen maar duingebied. De openbare verlichting in die tijd was niet veel, houten palen met een  straatlantaarn en elektriciteit leidingen daarboven. De palen en leidingen zwiepten in de wind en menigmaal ging de lantaarn uit. Aarde donker was het dan. Moeder zat bijkans de gehele dag moederziel alleen in deze grote villa, wachtende tot vader thuis kwam. Maar dan was het al hartstikke donker. Het licht dat in de villa brandde was een baken voor stropers uit Haarlem en omgeving en natuurlijk ook voor die uit Zandvoort. Wanneer vader thuis kwam waren er altijd wel een paar van deze lieden aan de tafel. Zij kwamen zich warmen en ... koffie drinken. Warm van binnen en van buiten. De nodige strikken - van koperdraad - werden in gereedheid gebracht en men ging weer op pad.

bld17999                                                 Villa Brandaris

 
30 tot 40 konijnen aan een stok
Een vriend van mijn ouders, Willem Paap, was kind aan huis in die tijden. Hij kon als de beste strikken maken en het pad uitzoeken waarlangs de konijnen liepen. Meerdere malen kwam het voor dat hij uit de keuken vertrok en na verloop van enige tijd terugkwam voor koffie en tevens bleef eten. Na het eten vertrokken hij en mijn vader in de duisternis. Het gebeurde dan dikwijls dat bij terugkomst 30 tot 40 konijnen aan een stok over de schouder hingen. De poelier was de vaste afnemer, 30 cent voor een konijn was niet veel maar was toch een aardige bijverdienste. Hoe mijn moeder het aangedurfd heeft om alleen en in het donker in zo'n villa te zitten is mij een raadsel! Wanneer er op het raam of de deur werd geklopt en .... daar stond weer een stroper. Kom maar binnen! Een gastvrij onthaal. Geen hond zou dit thans durven, de tijden zijn echter veranderd.
 
Jelle Attema