ZANDVOORT, FEBRUARI 1917. Door de straten van ons dorp giert de wind van een hevige Noordwesterstorm. Overal liggen kapotte dakpannen en glassplinters van de huizen, die het dichtst bij de Boulevards zijn gelegen. In de Burgemeester Engelbertsstraat zijn een paar dakkapellen losgerukt, terwijl in de Dr. Mezgerstraat het Hotel de l'Ocean grote schade heeft opgelopen. 

Zandvoort Hotel de L'Ocean      
   Hotel L'Ocean liep in februari 1917 grote schade op door een hevige storm

En nog steeds waait het hard en lopen er hoge zeeën op de banken. Het strand ligt bezaaid met planken, balken, luiken, delen van ladingen en de strandjutters hebben bij dag-worden hun slag al méér dan geslagen. 't Is oorlogstijd, distributietijd, er is kolenschaarste, óók in Zandvoort moet de riem een paar gaatjes worden aangehaald. Maar het strand met zijn vaak rijke buit aan baaltjes, kisten, vaten, balken en baddings biedt nog al eens uitkomst. Menig baaltje meel en vaatje „butter" verdween in de schuurtjes van het oude Zandvoortse dorp. Er werd met graagte van gegeten en geschonken, geruild, verkocht en met succes mee gekwanseld ... En als het stormde kwam er weer nieuw ...
 
De oorlog van '14-'18.
Nee, Nederland is gelukkig niet in oorlog. Neutraal ligt het tussen de strijdende partijen in en wacht waakzaam op het einde der vijandelijkheden. Maar dat duurt nu al drie jaar. Op de Noordzee en de Atlantische Oceaan jagen de Duitse U-boten op rijkbeladen vrachtvaarders en helpen ze zonder enig mededogen naar de kelder... Ook op de Noordzee wordt vaak fel gevochten, al merken de Nederlanders daar wel niet veel van...Nog maar veertien dagen geleden liep er in IJmuiden de zwaar gehavende Duitse torpedo-jager V-69 binnen om er zijn doden en gewonden te mogen verzorgen. De Nederlandse regering stond het schip - volgens de internationale regels - toe om 2 maal 24 uur in de haven te blijven en dan moest het weer vertrekken. Buiten de haven van IJmuiden lagen twee Engelse onderzeeërs als bloedhonden te wachten op hun prooi...Toen de Duitser de haven binnenvoer was het dek geheel met ijs bekleed. Aan de deerlijk gehavende affuiten van de kanonnen hingen rood gekleurde ijspegels. Water met geronnen mensenbloed. Toen het schip afmeerde in de Vissershaven liep een jonge Duitser stram de wacht op het voordek. Vier en twintig passen héén en vier en twintig terug. Op zijn pad lag een vastgevroren lijk van een jonge gesneuvelde kanonnier... Verminkt door granaatscherven was hij aan het dek vastgevroren. Twee uur lang liep zijn kameraad de wacht met de bajonet op het geweer. Na iedere twaalfde pas been omhoog om over het lijk te stappen, dat niet bewoog, noch verroerde. Twee uur lang!
De samengestroomde vissers en andere IJmuidenaren ijsden bij dit toneel... Geen emotie bij de Duitser, geen teken van innerlijke beroering, geen blijk van medeleven of zelfs ontzetting. Toen ineens zag men op de kade wat oorlog was...Het schip is na twee dagen weer de pieren uitgevaren, ondanks de loerende en- wakende Engelsen. Ondanks hevig vuren ontkwam de Duitser aan zijn lot en bereikte men de Heimat. Misschien met nog meer doden en gewonden...
 
Jutten in de storm.
Maar wat wist de Zandvoortse jeugd in die dagen van de verschrikkingen van de oorlog, die zich vaak op zo korte afstand van de kust afspeelden? Was het leven van alle dag er anders om geworden? Ja, in zoverre, dat er op het strand veel meer te jutten viel. Dat hadden ze zelf al lang vastgesteld, daar hadden ze de ouwe Zandvoortse jutters niet voor nodig... Die kwamen best aan hun trek... De een zijn dood, de ander zijn brood... Dat gold helaas ook hier. 
 
Het was, zoals gezegd, februari en de voorjaarsstormen hielden flink huis aan ons strand. Hoge golven joegen het wrakhout en de ladingresten tot dicht onder de reep waar de Zandvoorters vaak zo'n rijke buit hadden, dat ze in de Noord en in de Zuid de reep overgingen om de goederen voorlopig te bergen onder grote vleertbossen of een gat groeven in een delletje, waar de vaatjes met boter en de balen peper een voorlopige schuilplaats vonden. Onttrokken aan het streng wakend oog van strandvonderij en politie... Op een mistige dampige avond zouden ze de spullen wel naar huis sjouwen...
 

Zandvoort Karel Doormanschool    
           School 'C' stond tussen de Parallelweg (thans Secr.Bosmanstraat) en
                de Dr. Johannus G. Mezgerstraat. Het gebouw is in 1981 gesloopt.

't Was op de 20ste februari 1917 toen de schooljeugd van School C (Karel Doormanschool) voor schooltijd nog even naar het strand zou gaan. Gebogen tegen de nog altijd straffe wind liepen ze de Zeestraat op om dan de oversteek over de Boulevard te maken.
Het zand kolkte hoog op en daalde fel ritselend langs de ramen van de Mosterdhuizen

       
Zandvoort - Mosterdhuizen a/d bouevard       
            De Mosterdhuizen aan de boulevard. De naam Mosterdhuizen was
               bedacht door de Zandvoorters; de gebouwen waren geschilderd in
                                  een mosterdgele verf. Vandaar de naam.
Juttersbloed
Bij Paviljoen Riche op de andere hoek van de Boulevard klapperden de windschermen en jaloezieën boven het stormgeweld uit. Nog even stonden ze bij elkaar op de hoek van de Mosterdhuizen, bij de grote stalen schakelkast van de 20 meter hoge telefoonmast, die met zijn honderden koperen draden naar alle windrichtingen, hoog in de lucht stond te zingen als een massaal vrouwenkoor... Als de telefoonmast stond te „zingen" dan wisten de Zandvoorters het wel, want van windkracht 10 hadden ze in die tijd nog nooit gehoord...
Maar meester „Sjoempie" (Hr. Schumacher) zou vanmorgen de bel om 9 uur weer voor velen tevergeefs luiden, dat stond al vast. Het juttersbloed deed zich bij de Zandvoortse jongens weer gelden en dan bestond er geen schoolbel meer...
En toen renden ze de Boulevard over, de trap af naar het strand, waar de schuimvlokken hun om de oren vlogen. Wat een ravage, wat een wrakhout, wat een golven. Verbeten vochten ze zich tegen de wind in om hun koers Noordelijk aan te houden, want tenslotte waren ze onderweg naar school...
 


    
Noodlot
En toen kwam het noodlot van die dag snel naderbij ... Want wat nu gebeurde staat vele (nu oud en wijs geworden eerzame Zandvoorters) nog scherp voor de geest... Vlak bij het Kurhaus spoelde iets donkers aan uit de wit schuimende zee. Met elke aanrollende golf werd het hoger op het strand geworpen. Nabij gekomen - laten we liever zeggen in looppas en hollend - zag onze jeugd een groot rond vat naar de vloedlijn spoelen, waar 't druipend en wit-beschuimd bleef liggen. Met vereende krachten werd het vat hoog tegen de reep opgerold. Al spoedig begonnen de gissingen omtrent de vermoedelijke inhoud .
- 't Lijkt wel een wijnvat, zei Piet van Oostendorp.
„Azijn!", zei Appie Bierenbroodspot resoluut. 
„Wel nee ju, 't zal wel olie weze . . . " gaf Arie de Joode ten beste   
Nu hadden er op dat moment honderden schoolbellen kunnen luiden, maar daar werd niet meer aan gedacht. Eerst moést het vat open om te weten waarmee hun jutterij was beloond. Een verkenning met een zakmes langs het sponninggat gaf niet spoedig genoeg het gewenste resultaat. Dan moet het deksel er maar af. Een stevige houten paal was spoedig gevonden. Het vat werd overeind gezet en als een stormram ging de paal enkele malen verticaal omhoog om enkele seconden later het deksel te versplinteren... Een volrode rijkgetinte vloeistof spoot willig omhoog, terwijl een intens aangename geur de jeugdige jutters spontaan in de neus drong...
Ze keken elkaar aan en de eerste, die zijn verbouwereerdheid te boven was, zei op goed Zandvoortse toon: „Bort nou 'n keer, da's wijn jongens...! Die zalle wij 'es mooi opzoipe! Piet heeft gelijk 'ehad!"
 
Met „holleblokken".
En daar ging de eerste „holleblok" (klomp) al van de voeten en met wellust verdween hij met zand en al in de kostelijke rode Bordeaux (zoals er later op het vat bleek te staan). Het was een volle licht-wrange wijn met misschien een onschuldig aroma op het eerste gezicht, maar toen de rondgedeelde klomp was leeggedronken, kwamen er meer klompen... Als nectar verdween de wijn in de dorstige kelen en de jongens werden hoe langer hoe spraakzamer en... gulziger. Op het laatst dropen ze van top tot teen van de wijn, die hun meesttijds bij de hals was ingelopen, zodat dat hun hemden aan hun lijf plakten... Truien en broeken waren met het donkerrood doortrokken en gekleurd alsof ze van een bloedig slagveld kwamen...Ondanks hun steeds drukker wordende „conversatie" en de reeds langzaam aanzwellende kreten van alcoholische overmoed en zelfverzekerdheid, begon het tóch tot ze door te dringen, dat ze feitelijk naar school onderweg waren. Daarom werd het bachanaal - zij het met tegenzin - beëindigd om „gedwee" de schoolbanken op te zoeken. Verschillende keken vrij wezenloos, anderen hadden al moeite om recht op koers te blijven, maar ze klommen moeizaam met loden benen tegen de Kurhaus-trap op en zwengelden door de Dr. Smitstraat naar school. 

    

  Kruidenier Kapteijn zat destijds in de Dr. Mezgerstraat hoek Dr.Smitstraat


Onderweg scholden ze de dikke kruidenier Kapteijn nog even zonder aanwijsbare oorzaak uit, in bewoordingen, die de politieagent Huis in 't Veld (berucht om zijn vloeken) zelfs nog nooit had gehoord. Kapteijn liet zijn mand met eieren van schrik langs zijn welgevulde ledematen op de straat schieten en staarde de „barbaren" ontzet na...De eieren veegde hij later steunend en hoofdschuddend in de straatgoot... Die jeugd van tegenwoordig... !

Bij meester „Sjoempie".

EN DEZE BROEDERS kwamen toen zo maar de school binnen gewaggeld. Dat heeft meester „Sjoempie" tot aan zijn doodssnik geweten... Als „wilden" gingen ze te keer. Ze gingen boven op de banken zitten, ze scholden en raasden over al op en trokken de meisjes aan hun vlechten, zodat deze ijlings de vlucht moesten nemen. Vazen met bloemen gingen aan scherven. In de gang klonk overal braken en kokhalzen en zo vulde de school zich langzaam met de zoete geur der edele Bordeaux...Onderwijl werden er woeste liederen gezongen. En meester Schuhmacher liep zich intussen aan zijn haren te trekken van radeloosheid. Er was geen woord wijsheid met geen enkele jongen te plegen. Ze waren óf helemaal wezenloos, óf radicaal en totaal wild. Anderen streken de vlag en lagen dwars over de bank heen te slapen...De onderwijzers liepen als verdwaasd heen en weer en de Duitse „juf" van de U.L.O.-afdeling werd door Willem „van Stompie" zo gruwelijk uitgescholden (hij kende 't goeie-mens amper), dat hij door 2 schoolmeesters tegenstribbelend moest worden weggehaald uit haar klas...

Inferno op de school

Op school C was een inferno losgebroken, erger, dan de meest woeste beschrijvingen. De hele 5e en 6e klas was gek geworden...Meester Schuhmacher was totaal radeloos en zag nog maar één oplossing: álles en iedereen de school uit! Maar hoe kon hij deze totaal benevelde broeders met goed fatsoen naar hun ouders krijgen? Hij besloot een onderwijzer naar het Station te sturen om alle beschikbare rijtuigjes te laten komen. En zo is het geschied. In ieder rijtuig werden zes lallende, schreeuwende, zingende en tierende „jutters" geladen en zo naar hun respectievelijke stomverbaasde ouders gereden. De meisjes en de zoete jongens (die niet mee hadden gedaan) kregen ook maar meteen vrijaf, want de school stonk gruwelijk naar braaksel en wijn. De werksters hebben er een hele klus aan gehad...
Toen de Zandvoorters later hoorden wat er gebeurd was, lag ons dorp krom van het lachen.
Overigens, de wijn, die de jongens nog in het vat hadden gelaten hebben de Zandvoorters er met emmers vol uitgeschept. Er is toen in veel huisjes menige toast uitgebracht op die „rot jongens" van meester „Sjoempie". 't Was beste wijn en een beetje vrolijkheid kon er in die donkere dagen in Zandvoort best bij . . .Alleen „meester Sjoempie" zag er uit alsof hij pure azijn had gedronken. Hij was boos, dagenlang zéér boos . . .

             Bovenstaand artikel verscheen in 1972 in het Zandvoorts Nieuwsblad en is geschreven door J.A.Steen