ZANDVOORT - Waarschijnlijk niemand meer kan zich de storm van 24, 25 en 26 november 1928 nog voor de geest halen. De wind joeg de golven tot ongekende hoogten op en het strand lag bezaaid met houten balken van een losgeslagen deklading.

    Zandvoort stranding Heinrich Podeus
Duitse stoomboot “Heinrich Podeus”
En daar kwam de Duitse stoomboot “Heinrich Podeus” aan, door de ziedende storm werd zij dwars op het strand gezet. De reddingsboot haalde alle bemanningsleden van boord, ook de kok die nog in het water viel maar weer aan boord werd gehesen, waardoor iedereen werd gered. Eén van de bemanningsleden vroeg op de dag van de stranding of het schip wellicht nog dezelfde week weer vlot zou komen. 

Italiaanse stomer “Salento”
De bemanning reisde uiteindelijk maar af naar Duitsland want het zou nog geruime tijd duren voordat de boot werd vlotgetrokken. Slechts enkele dagen later strandde er nog een schip op de Zandvoortse kust. Terwijl de storm in alle hevigheid was toegenomen tot windkracht 12, werd de Italiaanse stomer “Salento” vroeger de „Tjilatjap" van de „Java-China-Japanlijn" geheten en gemeten 3816 bruto en 2262 netto register ton een speelbal van de golven. Het schip was eigendom van de S.A. Marittima Commerciale Brindisina met als kapitein Renato Garassino en had in totaal 30 opvarenden aan boord.

Geladen met fosfaat
Het was in 1903 in Engeland gebouwd en op reis met een lading fosfaat van Bona naar Pernis maar moest door de storm uitwijken naar IJmuiden. De orkaan bracht de "Salento" ter hoogte van Bloemendaal in moeilijkheden. De roerkettingen waren gebroken en het schip liep aan de grond op ongeveer een kilometer uit de kust, ter hoogte van paal 62. Dit was tevens de oorzaak dat het onmogelijk bleek te zijn een lijn over te schieten naar het schip want de afstand was te groot. 

Reddingsboot sloeg om
Terwijl de bemanning van de “Salento” letterlijk vocht voor haar leven en de Zandvoortse redboot werd bijgestaan door de redboot van IJmuiden, voltrok zich nog een ramp. Door een grondzee sloeg de reddingsboot uit IJmuiden tijdens de zoveelste reddingspoging om en één van de roeiers, de heer P. Visser, raakte bewusteloos onder de omgeslagen boot en verdronk. Door de Rode Kruis-brigade onder leiding van Dr. Gerke werd na aankomst op het strand direct kunstmatige ademhaling toegepast maar het mocht niet meer baten. 

Vliegtuig bracht lijn over naar het schip
Vervolgens werd er met een legervliegtuig een lijnverbinding tussen de “Salento” en de vaste wal tot stand gebracht, ongelukkig genoeg reed er een auto over de lijn en werd de verbinding weer verbroken. Uiteindelijk zonk het schip bij de vierde bank met alleen het brughuis nog gedeeltelijk boven water terwijl zware golven erop kapotsloegen. Alle 30 opvarenden kwamen om door verdrinking; de lijken spoelden aan op het strand en werden geborgen door leden van het Rode Kruis. 

Zandvoort Heinrich Podeus

Rails op het strand aangelegd
Met de "Heinrich Podeus" liep het beter af. Er was inmiddels rails aangelegd op het strand waarover karretjes getrokken door paarden zand afvoerden. Nadat bij de definitieve  bergingspoging de sleeptros knapte doordat het schip vastliep op de bank werd bij de tweede poging de "Heinrich Podeus" na 8 maanden eindelijk vlotgetrokken. Terwijl een vrouw met een witte doek stond te wuiven naar de aanwezigen op het strand, klonken er 4 korte stoten van een stoomfluit en verdween de "Heinrich Podeus" uit het zicht. 

De Podeus werd getorpedeerd en zonk
Het schip was in 1921 gebouwd in Papendrecht en voer eerst onder de naam “Witte Zee”. In 1927 kocht de familie Podeus het schip en vernoemde het naar de oprichter van de familieonderneming. Tot 1934, met uitzondering van 8 maanden op het Zandvoortse strand, voer het onder deze naam waarna het onder Panamese vlag met de naam “Ada” ging varen. Op 22 januari 1940 werd het getorpedeerd door de U-25 (Schütze), 220 mijl ten westen van Scilly Islands bij Engeland. Het was op weg vanuit Philadelphia naar Rotterdam en Antwerpen met een diverse lading van lege vaten, autobanden, koper, bonen, koffie, katoen en tin. 

Cor Draijer

Dit artikel is verschenen op 1 mei 2003 in het weekblad "De Zandvoorter"