Bloedbad op Suntereklaes-avond.

 

sint

Hoe "Ouwe Dappere Kees" "De Pumper" van zijn smarten verloste

 

't Kwam allemaal door het "smakken" bij Mijntje van Hendrik de Beer

DEZE EEUW had nauwelijks enkele jaren zijn Intrede gedaan toen caféhouder Cornelis Draijer (ouwe Dappere Kees) de gordijnen sloot van zijn gelagkamer, die een ruim uitzicht bood over ons oude Schelpenplein. Nog even keek hij naar de paars-blauwe vrieslucht, die zich aftekende rond de torenspits van de Hervormde Kerk. De staart van de koperen haan blikkerdde, nog wat na In de laatste stralen van een ondergaand winterzonnetje, maar hij was soms amper zichtbaar, omdat de kop van de haan stoer oostwaarts wees.

- Dat wordt een hardstikke kouwe Suntereklaes - zei ouwe Dappere Kees en hij trok het laatste gordijn resoluut dicht. Hij wierp een paar brokken strandhout In de kachel en schonk een borrel voor zichzelf in. Met één korte, driftige slok was de borrel In zijn reusachtige lijf verdwenen ...

- 't Zal vanaevend niet druk worde zei hij tegen zichzelf. - Suntereklaes aevend is niks voor 'n café. Dan benne ze allegaer thois . . .

D'r zaten nog een paar vaste klanten, maar daar kon hij het niet van maken. Al kostte een borrel maar 5 cent, ze bestelden maar matig. En maar kletsen en redekavelen over de visserij. 't Liefst had Cornelis Draijer zijn zaak maar gesloten om een keer vroeg onder de wol te gaan. Want overdag was hij in duin aan het werk. Hij had nog mest op zijn aardappelland liggen en die most er méér dan nodig onder vóór de grond te hard werd. Hij was véél te laat dit jaar. Maar ja, caféhouder en aardappelteler, hoe kan het altijd samen?

Intussen dacht hij al weer aan zijn tentje bij de IJskom, achter de Brederodestraat. 'Als het goed ging vriezen kon hij dáár weer wat verdienen aan de schaatsenrijders. Hete anijsmelk en ronde koeken . . . Hij had de planken voor zijn tentje er al vast heen gebracht, maar die donderstraele van jongens maakten er een vlot van om te varen. Hij had die Rokus Termes al drie keer hijgend achterna gezeten omdat hij de aanvoerder was van de vlottenvaarders. Maar hij had hem nooit gekrege . . . Ik had 'm dood 'e slage - dacht ouwe Dappere Kees, terwijl hij zich weer een borrel inschonk. Tenslotte vroor het buiten . . . 't Zou wel een dooie aevend worde . . .

bld07551aRechts het café van ouwe dappere Kees, bld07551


EEN PAAR PERCELEN naast het café van ouwe Dappere Kees (waar nu Smederij Gansner staat) stond het propere huisje van de "Pumper". Hij woonde aan de Schulpweg (de tegenwoordige Buureweg), recht tegenover "Ouwe Kers" de jachtopziener, in welk huis in deze dagen middelen worden verkocht ter beteugeling van de uitbreiding van het mensdom ... Onze brave "Pumper" was een nuttig mens in het Zandvoort van die dagen. Hij haalde de tonnetjes' op langs de huizen, die men bij gebrek aan riolering zo broodnodig had. Hij zette ze op zijn wagen om ze getrouwelijk te ledigen in het duin, achter het huis van burgemeester Beeckman. Ook de beerputten bij de hotels en de grote café's pompte hij plichtsgetrouw leeg en bracht derzelver inhoud naar duin. Zijn sanitaire diensten bezorgden hem de bijnaam van "de Pumper`, maar minder bevriende dorpelingen noemden hem óók wel oneerbiedig "de Strondbeer", maar daar was hij minder gelukkig mee. En o wee wie het in zijn tegenwoordigheid zei ... Die kon een "bats" in zijn nek krijgen.. "De Pumper" heette eigenlijk Jacob Koper van zijn echte naam en was overigens een ordentelijk mens, die in 1837 het levenslicht mocht aanschouwen en die nog nooit iemand kwaad had gedaan. Nog 2 jaar en hij zou bij de Gemiente met een klein pensioentje - als achtenswaardig burger - de geschiedenis ingaan, zijnde een trouwe dienstknecht der gemeenschap, al ledigde hij dan ook maar tonnetjes met kwalijke inhoud . . . .

bld07077.jan.beeckman 1896 1925

Burgemeester van Zandvoort, de heer Beeckman. In functie van 1896 tot 1925
De stront uit de beerputten werden in het duin achter zijn huis gestort


De vrouw van "de Pumper" was een trouwhartig mensje, dat even trouwhartig voor haar gezinnetje zorgde. En omdat het "Suntereklaes zou worden had ze stiekem een paar lootjes gekocht bij Mijntje van Hendrik de Beer (Schaap) in het knusse winkeltje aan de Duinweg. Dat was altijd zo met Suntereklaes. Dat noemden ze "smakken" vroeger. De overgebleven winkelvoorraad (kapotte suikerbeesten, koekresten en pepernoten) werd in papieren zakken gedaan en verloot. Ouwe Jaap Sok (de reddingbootschipper) zat dan op de toonbank en trok de lootjes. Trok er een no. 5 dan galmde hij: "Wie heb er no.vaif die kraigt Suntereklaes ze waif" En de gelukkige had dan een Sinterklaaspop, zonder kop, maar goed genoeg om er 's avonds van te genieten bij een knap bakkie koffie . . De vrouw van "de Pumper'' won óók een grote zak met resten van koek en zoete heerlijkheden en spoedde zich huiswaarts . . . onwetend over het onverwachte onheil, dat ze zou gaan oproepen . . . .

bzk tabakB.Z.K. Pruimtabak, bij Kees de Laers verkrijgbaar

VREDIG daalde de aandonkerende winteravond over het vissersdorp Zandvoort op deze koude 5e december, de verjaardag van de Goed Heiligman, de vriend van jong en oud ... De rook van de hout-gestookte kachels kringelde overal een ijle lucht tegemoet en in de straatjes kon men de houtlucht snuiven, die soms vermengd was met de doffe geur van de aan het strand gejutte smis-kool. In het huisje van de Pumper was het ook één en al vrede en rust. Hij zat languit op zijn ouwe leren stoel bij de kachel en kauwde tevreden op zijn pruimpje. Het was vandaag al de tiende keer, dat hij een verse pruim achter In zijn wang holte had gestopt. Lekkere B.Z.K., die hij haalde bij Kees de Laers. Beter merk was er op héél de wereld niet ... In het kleine keukentje. maakte z'n vrouw een bakje geurige, dampende koffie. De geur trok door de kamer en verhoogde het gevoel van veilige geborgenheid in zijn kleine, maar o zo propere huisje. Z'n vrouw kwam de kamer, binnen met de koffie en In haar arm hield ze een ritselende papierzak.

Heb Ik 'ewonne met smakke - zei ze ter verklaring tegen haar man, die niet gewend was aan lekkernijen bij de koffie of het most soms een "knoisie" wezen . . . 't Is ommers Suntereklaes vanaevend - vervolgde ze, terwijl ze de Pumper zijn koffie aanreikte. - En hier hei je nou een lekker brok soikergoed. 't Is een rooie haen 'ewaast, maer hij gong, stikket In de winkel. Maer smaeke zal ie nog best . . . De Pumper keek wantrouwig van het knalrode suikerbeest naar zijn vrouw en nam toen behoedzaam 'n hap, nadat hij eerst zijn pruim op de rand van z'n koffieschoteltje had gelegd. Zijn mond vulde zich met de zoete rijkdom van het versuikerde beest en het moest - aan zijn ogen te zien - tóch wel beter smaken dan de scherp bijtende tabaks-sappen, waarin zijn tanden en, kiezen zich sinds zijn jongelingsjaren mochten verheugen Maar, o gruwelijk onheil op deze zo vredig begonnen avond. Het dik rode sap van het vermalen suikerbeest woelde tussen het kerkhof van een paar zwart grijnzende kiezen en stortte zich uitgerekend , op zijn meest zwakke kies, waarvan nog enkele stompen omhoog staken als wachters op een nieuwe morgen ...


Het mier-zoete vocht drong zich met wellust in de zwart-geblakerde holte van zijn door tabakssap altijd verdoofde verstandskies, maar nu was het alsof de Pumper door zijn stoel zakte door een smerige, judasachtige, venijnige pijn-scheut, die jengelend door zijn kaak trok ...... En dáár kwam al een tweede pijn-golf ... - Wat hei je me nou 'egeve vrouw kreunde de Pumper met een gezicht alsof zijn vrouw hem in alle gemoedsrust een stuk snelwerkend vergift had toegediend...- Mens, 't is een brokkie soikergoed. Smaekt 't dan let?

- Maid, daer kraig ik een pain in me bek van die rotsooi! Bij wie hei je dat 'ehaeld ... ?- Nou, bij Mijntje van Hendrik de Beer en die heb altaid goeie waer - pruttelde ze terug. , De pijnen van de Pumper werden ondraag'lijk. Hij vloog naar de pomp op het binnenplaatsje en spoelde zijn kiezen met het ijskoude water, maar toen werd het nog erger... Hij ijsbeerde met zijn hand op zijn wang van de kamer naar de keuken en van de keuken naar-de kamer... Soms stiet- hij een paar klanken uit, die het midden hielden tussen Godslastering en een bede om een spoedige verlossing uit dit leven... Tenslotte werd het zijn vrouw duidelijk, dat de Pumper bedoelde, dat die rot kies d'r oit most en anders maer dood... Geen tussenweg meer en het was overigens nog maar gelukkig, dat ds.Hulsman net niet door de Schulpweg ging, want die kon beslist niet tegen Goddeloos vloeken en heilloos zweren ......- Gaet dan maer mee naer ouwe Dappere kees. Dan mot ie hem maer trekke En ze deed haar Zundagse omslagdoek om, want die was veul warmer dan haar doordeweekse... De Pumper volgde haar als een schaap, dat ter slachtbank geleid werd. Want wie in de handen van Oude dappere Kees viel moest zelfs alle wanhoop van kiespijn en pijn. scheuten vèr echter zich hebben gelaten . . . Zonder de hope op erharmen . . . 

TOEN ZE HET BIJNA verlaten café van Ouwe Dappere Kees binnenkwamen, waren er weinig woorden nodig. Cornelis Draijer zou weer de geroepene zijn om als "chirurgijn" op te treden Daar dankte hij tenslotte de naam "Dappere Kees'-' aan. Naar ouwe dokter Gerke gaan deden de Zandvoorters voor kiespijn niet zo gauw. Die verdoofde je kaak ook maar zo-zo, want er waren in die dagen nog geen goede middelen... Bij Ouwe Dappere Kees kreeg je tenminste eerst 4 borrels oud-Vaderlands vocht en dat bewerkte twee dingen : ,,méér moed" èn de illusie ,,dat het al minder werd..."

bld12571aHet café van oude dappere Kees, bld12571a, waar dit alles zich afspeelde
Onder de boom is nog net te lezen "Bierhandel" en rechts zit de schoenmakerij van T. Paap

Maar' bij de Pumper bleef de moed op de nul-lijn en'illusies had bij ook niet meer . . Niet één meer! Ouwe Dappere Kees ging Inmiddels naar de keuken, waar in een schuiflaadje "de knijptang" gereed voor "gebruik" lag. Dan stond ook het zinken teiltje voor het bloed en in het café waren nog wel twee "vasthouders" te vinden tegen beloning van een borrel ...En zo ging de Pumper op deze zo vredig begonnen avond zijn noodlot tegemoet... Hij werd door twee helpers in de keuken stevig in een stoel gedrukt en Dappere Kees opende de tang... De Pumper sperde zijn ogen van pure angst en ellende wijd open en voelde de zware eeltige vingers van Kees in zijn mond... Even later sloot de tang zich om de kies, maar o Here, er zat ook een stuk van zijn tong tussen.,.,.. De Pumper brulde en krijste als een varken, dat ze verkeerd gestoken hadden en wist zo te bereiken, dat zijn spraakvermogen voor het verdere leven gered werd... Vier keer schoot de tang krakend van de resten der halstarrige kies... Het bloed droop uit zijn mondhoeken en af en toe mocht hij even spuwen in het zinken teiltje, dat ze op zijn knieën hadden gezet! Er voltrok zich langzamerhand een bloedbad, dat slechts onderbroken werd door het wilde krijsen van het slachtoffer... Ook de taal werd steeds liederlijker... 

Na een half uur - de Pumper was meer dood dan levend - gleed de kies met de zwart-bruine wortels langs de bloederig geknelde randen van het tandvlees hemelwaarts en staarde Ouwe Dappere Kees in een bloed-kolkend gat... 't Leek op een gat in het strand als er juist een mijn geploft was... Een bomkrater zouden wij in onze dagen zeggen... In de gelagkamer werd hij met véél alcohol weer op zijn verhaal gebracht. - Veul spoele met jenever - zei Ouwe Dappere Kees, die tenslotte óók om de ',commercie" dacht. - Dan kraig je morrege gien dikke bek...


De Pumper knikte nog in zijn knieën toen zijn vrouw hem met zachte drang van de tapkast wist los te weken, want anders was-ie nog "blauw" geworden ook... - Laete we maer naer hois gaen, zei ze. Maar ze sprak gien woord meer over Suntereklaes-aevend.  De totale kosten waren 'n daalder en drie stuivers... Toen de op zijn bed lag na te steunen van de verschrikkingen en de doorgestane emoties, viste zijn vrouw de koekresten uit de zak van Mijntje en deed ze klaes op een schaaltje. Het vel gekleurde suikergoed deed ze In haar boezelaar en liep naar mestton achter haar huisje. Ze bedekte het met 'n vers laagje varkens-mest uit de schuur - Die volle rotsooi - zee ze ... - En dat nor wel op Suntere De Pumper had zijn laatste "soikergoed" in dit leven geproefd.

Uit het Zandvoorts Nieuwsblad van 1 december 1972