Uit de Klink van 1995 - Engelandvaarder
 
Verslag van de mislukte pogingen om vanuit Zandvoort naar Engeland te varen.
Eind 1941/18 januari 1942. Door E. A. Barten.
Kort na mijn, door aanvaring mislukte, poging om vanuit Vlaardingen Engeland te bereiken, bereidde ik een plan voor om vanuit Zandvoort zee te kiezen. Ik was een door de SD gezocht man en kon het verzet effectiever vanuit Engeland voortzetten. Om het risico te beperken moest het ditmaal een één of hooguit tweemans operatie worden. Jur, een kennis uit Baarn, wilde graag mee. Hij wist een lichte stepraceboot met buitenboordmotor te koop in een plaats aan de Loosdrechtsche plassen.

Ideaal
Zandvoort in 1941 was een ideale startplaats, er waren goede afgangen naar het strand en op of nabij de boulevard waren veel leegstaande villa's met garage die onderdak konden bieden; de verbindingen met het achterland waren uitstekend en de plaats was groot genoeg, zodat je niet opviel of gemakkelijk herkend werd. Het belangrijkste was echter dat ik ter plaatse goed bekend was en dat ik er een kennis had, Ton van 't Lam, die in een verzetsgroepje zat met Sjaak Boer, die een chocolaterie winkel had op het Kerkplein en Nathan Melkman, de laatste schreef stukjes voor het Parool. Zij zouden voor de nodige hulp kunnen zorgen.

Vervoersbeperkingen
Ton wist via een huizenbeheerder de sleutel te krijgen van een villa vlak achter de boulevard, Brederodestraat 205 E. Nauwelijks hadden we de boot gekocht of de Duitsers begonnen met vervoersbeperkingen voor het transport van boten en toebehoren in de kuststreek. We lieten de boot door een gewoon transportbedrijf, genaamd 'De Snelle Visser' bij een leegstaande villa in de buurt bezorgen. We hadden een platte tweewielige kar met rubber banden, afkomstig uit een steenhouwerij, die moest dienen om de boot later in zee te brengen. Met die kar brachten we de boot ongezien naar ons adres. Niets werd aan het toeval overgelaten. Van de route en de villa's er omheen tot en met de afrit werden foto's gemaakt en alles werd op millimeterpapier ingetekend.

Duitse controle
Kapitein Stuut uit Heemstede gaf een cursusje astronavigatie en getijde -en stromingsleer. De buitenboordmotor was naar verzetsman en oud-motorkampioen Willem van der Pluim in Rotterdam gebracht voor grondige revisie en optimale afstelling. Dit laatste duurde enige weken en intussen werd de Duitse controle steeds scherper. Bij het ophalen van de motor stuurde Van der Pluim één van zijn koeriersters uit Katendrecht met mij mee uit voorzorg. De treinen waren toen zo overvol dat we staande met de motor tussen ons ingeklemd niet opvielen, alleen op het station Zandvoort werd het nog even spannend, maar de Duitse wachtpost bij de uitgang was net bezig iemand te controleren.

Zware mist en vlakke zee
Steunend op een gereedstaande fiets wisten we de zware last door de verduisterde straten ongezien naar de schuilplaats te brengen. De motor bleek 'als een zonnetje' te lopen en werd sindsdien bij stormachtig weer herhaaldelijk getest. De taken werden verdeeld, de patrouilletijden van de Duitsers bestudeerd, goede smoezen werden bedacht en loopseconden werden vastgesteld. Na, met ruime marge, de benodigde benzine berekend te hebben, werden de blikken samen met noodzeil, peddels, kompas, zwemgordels, noodrantsoenen, warme kledingstukken en een horde andere nuttige artikelen ingeladen en vastgestouwd. We waren klaar voor het grote moment! Het enige dat we niet in de hand hadden was de combinatie van zware mist en een vlakke zee die nodig was voor de oversteek en die je in de herfst mocht verwachten. Die kwam maar niet, maar wel kwam het bericht dat we niet langer op dit adres konden blijven, de garage moest zo snel mogelijk ontruimd worden zonder sporen achter te laten. Dat liet ons geen keus want er was op dat moment geen plaats waar de boot verborgen kon worden. Dan maar de gok wagen zonder mist!

Duitse patrouille
Op de bewuste avond was er een lichte nevel. We duwden de kar met de boot de helling op naar de duinafgang op de uiterste punt van de Zuidboulevard. Alles leek veilig en we stonden op het punt omlaag te gaan toen een helper op de fiets kwam aangestormd met de mededeling dat een Duitse patrouille in aantocht was. Net op tijd konden wij ons terugtrekken. De schrik zat erin en mijn maat haakte af. Ton of Sjaak 'organiseerde' de volgende dag een geschikte villa, bijna aan het eind van de Noord-boulevard, vlakbij Paviljoen Riche. Dat was liefst een 3 kilometer noordelijk. De eigenaar was een NSB-er die er alleen 's zomers woonde. Het leek een bijna onmogelijke klus het gevaarte ongezien over te brengen, maar de verduistering was in ons voordeel. Mijn helpers en ik startten in de vroege ochtend op het moment dat de 'spertijd' afliep.

Peloton Duitsers
Na de lange Brederodestraat kwamen we langs de St.Agatha kerk en hoorden tot onze ontzetting het gedreun van de laarzen van een naderend peloton Duitsers. Ik kreeg een ingeving - van een bescherm engeltje uit de kerk naast ons zeker - en scheen met mijn zaklantaarn bij het passeren in de gezichten van de manschappen en hun commandant in de hoop ze voldoende te verblinden. De adrenaline gierde door ons bloed en we namen de Zeestraat en de verdere route naar onze nieuwe stek in record tempo, om uit het gezicht te zijn als een overvalwagen ons zou opzoeken. Het was nu omstreeks de jaarwisseling, mijn neef Gerard Carlier, na mei '40 ontsnapt uit het treintransport van beroepsofficieren naar Duitse gevangenschap en daarna ondergedoken, wilde graag mee.

Temperatuur naar record diepte
Kort na aankomst op onze nieuwe basis was het ideaal mistig weer en daar moest gebruik van gemaakt worden; maar de scenario's waren nog niet geheel aangepast en we hadden nog niet voldoende tijd gehad om de patrouilletijden vast te stellen. De boot werd de boulevard op gereden en we stonden klaar om de afgang naar het strand in te gaan. Plotseling hoorden we luide stemmen uit de richting van 'Riche'; we zagen een stel schimmige figuren en herkenden de 'dronkeman act', die onze wachtposten zouden opvoeren als een patrouille onverwacht zou opduiken. Snel brachten we de boot weer naar binnen en besloten het vertrek een dagje uit te stellen ingeval de Duitsers argwaan gekregen hadden. Het weer veranderde en de vorst zette in. De temperatuur ging naar een record diepte. Ook neef Gerard had nu afgehaakt. Hem was een veiliger route over land aangeboden waarvan hij met een groepje eveneens ontsnapte officieren gebruik zou maken. Het lukte hem inderdaad te ontsnappen, weliswaar niet naar Engeland maar wel naar Paramaribo. Dat hoorde ik ruim een jaar later, toen ik toch nog als Engelandvaarder in Engeland aankwam.

Wegwezen!
Voorlopig was het nog niet zover, voelde ik mij verlaten en stond ik er weer alleen voor. Toen kwam ook nog het bericht dat de villa onmiddellijk ontruimd moest worden, omdat de Duitsers binnen zeer korte tijd een aantal panden op de boulevard in beslag zouden nemen. Er mochten ook geen sporen achterblijven, waardoor de groep gevaar kon lopen. De boot en toebehoren konden nergens meer naar toe en dat betekende dus: Weer of geen weer, wegwezen met de boot!

min 18 graden
Het was zondag 18 januari, het weer was helder met een heel lichte oostenwind en het was onvoorstelbaar koud; de temperatuur was, bleek later, min 18 graden! Een troost was dat de zee vlak was en de kustbewaking niet erg scherp zou zijn omdat de Duitsers zeker niet zouden verwachten dat een zinnig mens in die kou zee zou kiezen. Ik kreeg een blikken trommel vol met papieren die ik in Engeland moest afgeven, afkomstig van de Zandvoortse drukker van Het Parool, Wim Gertenbach. De trommel was van gaten voorzien zodat hij onmiddellijk zou zinken als hij in geval van nood, overboord geworpen moest worden.

Poolkou
Sjaak Boer kwam me vragen of ik iemand mee wilde nemen, een zekere Henk Peper, een jongen uit Zandvoort van een jaar of negentien. Hij kwam van buiten onze groep en wilde heel graag mee. Ik heb even geaarzeld, want de boot zou dieper komen te liggen waardoor de snelheid minder zou worden en die was bij gebrek aan mist uitermate belangrijk. Ik vond het aanbod om in deze poolkoude mee te gaan erg moedig en accepteerde het toch. Daar kwam bij dat er nu veel verder uit de kust gepeddeld zou moeten worden voordat het veilig was om de motor te starten. Ik kon hulp dus best gebruiken.

IJsscholletjes
Henk Peper kwam en bleek een sportieve kerel. Ik stelde me voor als Ed Jansen, één van mijn aliassen. De uitkijk meldde tegen elf uur dat de patrouille voorbij was en de kar werd uit de garage getrokken en via boulevard en duinafgang het strand opgereden. Bij de waterlijn hadden we enige moeilijkheden, er lagen veel ijsscholletjes onder water en we gleden bijna onderuit. Het water was dik en papperig door de ijskristallen, maar wel wondermooi, vol fluorescerende vonkjes, die van brekende golven afspatten. Toen de boot loskwam van de kar klommen we aan boord, trokken droge kleding aan en peddelden een lange tijd zo hard we konden van de kust weg. We wisten dat in IJmuiden de schnellboten klaar lagen. We vertrouwden echter op de grote snelheid van onze raceboot.

Motor startte niet
We moesten onze moedige helpers ruim de tijd geven om de kar uit het water het strand op te trekken, dan omhoog de boulevard op en dan nog eens een kleine twee kilometer naar het midden van het dorp waar de steenhouwerij van Sippe van der Kooi gelegen was. Een riskante tocht. Na drie kwartier hard roeien dachten we dat het veilig was om de motor te starten. De eerste poging lukte niet.'Verzopen', dachten we. Even geduld, smoorklep open en weer proberen, maar weer lukte het niet en daarna weer niet. Om beurten trokken we aan het starttouw, tevergeefs, we konden hem onmogelijk aan de praat krijgen! We bleven wanhopig uit alle macht doorgaan tot het eerste koord brak en vervangen moest worden. Langer doorgaan was zinloos, trouwens we moesten ook zuinig zijn op de reserve koorden. Bij iedere testrun was de motor probleemloos aangeslagen. Wat was er dan nu aan de hand? De bougie was prima, de benzinetoevoer ook. De oorzaak kon alleen de extreme koude zijn waardoor het zeewater in de uitlaat mogelijk bevroren was of het benzinemengsel niet tot ontbranding kon komen. We moesten proberen de motor te verhitten en de uitlaat te ontdooien door een met benzine overgoten handdoek er om heen te wikkelen en dan in brand te steken. Maar dan moesten we verder van de kust af zijn en het daglicht afwachten, anders zou de gloed van de wal af gezien kunnen worden.

Ignatiuscollege
We hijsten dus het noodzeil en koersten west, met een lichte wind in de rug. Gedwongen door de ijzige koude, kropen we onder een dekzeil dat als een huif het achterste deel van de boot tot aan de buitenboordmotor afdekte. Ik verwisselde mijn schoenen en sokken, die vochtig waren geworden, voor ouderwetse dikke wollen slaapsokken; gebruikte mijn zware winterjas als deken en lag als een bal opgerold aan warmte te denken. Zo nu en dan nam ik de zaklantaren om op het scheepskompas de koers te controleren. We spraken niet veel, maar wat ik vertelde bleek later van veel invloed op de lotgevallen van Henk. Onze sportervaringen - in het bijzonder hockey - passeerden de revue. Ook werd over studie gesproken. Henk wist zodoende dat ik gymnasiast was geweest op het Ignatiuscollege en medicijnen studeerde; en hij begreep ook dat ik niet Ed Jansen heette. Van de groep kende hij alleen Sjaak Boer. Terwijl we wachtten op daglicht waren er intussen uren verstreken. Het dekzeil hielden we, vanwege de enorme kou, zorgvuldig gesloten en we waanden ons, geholpen door de oostenwind, al ver op zee.

Blikken trommel van Gertenbach
Plotseling hoorden we een onverklaarbaar geruis dat snel luider werd; ik lichtte het afdekzeil op en schrok me dood. In het sterrenlicht zagen we dat we temidden van brekende golven lagen niet ver van de kust. We begrepen dat we bliksemsnel moesten handelen. Ik gooide de blikken trommel van Gertenbach zo ver mogelijk de zee in; pakte mijn jas en wilde de zaklantaren die ik gebruikt had uitdoen, maar die bleef schijnen zelfs toen ik hem in het water gegooid had; ik viste hem op en smeet hem naar diep water waardoor ik met een kletsnatte handschoen verder moest. Het water reikte tot boven de knieën. We wisten totaal niet waar we waren. Het was waarschijnlijk eb want we moesten een heel eind gaan naar het strand in een zee die heel sterk lichtte, waardoor je bij iedere stap omgeven werd door duizenden vonkjes die een soort aura om je heen vormden, een belichting die we hier konden missen als kiespijn.

Bevroren voet
We renden het strand op, zagen de contouren van hoge duinen met er bovenop hier en daar vaag blauw schijnsel. We probeerden ze snel te beklimmen. Maar dat ging niet; we gleden steeds terug want het zand van de heel steile duinhelling was keihard bevroren en het optrekken aan bosjes helm lukte niet best; die waren óók bevroren en braken meestal af. En als ze niet braken dan glipten ze door mijn half met ijs bedekte handschoen! Henk ging toen met zijn "kistjes" deuken in het zand schoppen en kwam daardoor beter omhoog dan ik op mijn slaapsokken. Ik gebruikte zijn sporen maar gleed toch nog vaak terug. Na een tijd gezwoegd te hebben, bereikte Henk als eerste een brede zone prikkeldraad. Ik vroeg hem om mij zijn jas aan te reiken zodat hij me wat kon optrekken. Met het jassentrucje lukte het wat sneller omhoog te komen. Het vele, zware prikkeldraad wees er op dat we mogelijk in een militair gebied waren beland. Op de duinrand werd onze vrees bewaarheid. Een gebied met bunkers, herkenbaar door spaarzame blauwe verlichting, lag voor ons. Henk was bang dat we in een mijnenveld terecht zouden komen en we kropen nog behoedzamer verder. Ineens merkte ik dat mijn rechtervoet bevroren moest zijn want die was gevoelloos geworden. Met mijn hand kon ik voelen dat de voet bloot was. Ik had dus mijn slaapsok verloren! We konden de stemmen van de Duitsers in de bunkers nu horen. We moesten er langs om dieper het land in te komen. Door de barre koude hadden de Duitsers waarschijnlijk geen wachtposten buiten de bunkers; we konden ze door open achterpoorten zien en horen toen we voorbij slopen. Toen we eindelijk uit de gevarenzone waren, realiseerde ik me dat ik voor mijn voet dringend doktershulp nodig had.

Noordwijk
We kwamen - voor mijn gevoel een eeuwigheid later - eindelijk bij een huis met een verlicht venster, ik belde aan, maar er werd niet opengedaan. Ik riep toen dat ik door het ijs was gezakt en hulp nodig had. Een vrouwenstem zei iets onverstaanbaars, maar de deur bleef dicht. Begrijpelijk was dat wel; het was een uur of zeven in de ochtend en waar kon je daar nou door het ijs zakken? Er kwam een fietser aan, die vroegen we waar we waren. Hij antwoordde heel verwonderd: "In Noordwijk". Ik gebruikte weer de "door het ijs zak" smoes en vroeg of hij een 'goede' dokter voor me wist. Vermoedelijk heeft hij de nadruk op 'goede' niet begrepen want toen we voor de deur van de arts voor de zekerheid aan een voorbijganger vroegen of die dokter wel safe was, heeft hij ons naar dokter Nederveen gebracht. Dokter Nederveen heeft me geweldig geholpen. Hij ging ook nog zelf de boer op om klompen maat 47 te halen waarvan de rechter klomp ternauwernood om mijn verbonden gezwollen voet paste. We gingen naar de NZH tramhalte en daar deed Henk een dramatische ontdekking: hij was zijn portefeuille met persoonsgegevens kwijt. Dit feit zou zijn hele toekomst veranderen!!

Hazëlhoff Roeloffzma
Voor mij liep alles goed af. Ik waarschuwde de groep in Zandvoort en ging daarna naar Amsterdam. De toestand van mijn bevroren voet maakte door reizen naar mijn onderduikadres in Oosterbeek onmogelijk. Ik moest wel ontdekking riskeren door te revalideren in mijn ouderlijk huis dat nog steeds in de gaten gehouden werd door de SD. Ik lag op de bovenste etage, dicht bij het platte dak waarover ik zou kunnen ontsnappen. Het liep goed af; na 14 dagen dook ik weer onder en begon me voor te bereiden op een tocht die begon op 19 oktober 1942 en via Frankrijk en Spanje, waar ik tot 22 mei 1943 gevangen zat, naar Engeland zou leiden. Daar ben ik op 6 juni 1943 in Greenock bij Glasgow, Schotland aangekomen. Heel anders verging het Henk Peper! Die was in Haarlem ondergedoken en na ruim een week naar huis gegaan in Zandvoort. Een paar dagen later werd hij gearresteerd in opdracht van de SD. Zijn portefeuille was gevonden! Misschien was het buitengewoon intensieve onderzoek dat hierop volgde wel het gevolg van de landing in Scheveningen van Hazëlhoff Roeloffzma en Tazelaar op dezelfde dag als onze mislukte poging.

Dagenlange ondervragingen
In de vele langdurige verhoren werd steeds geprobeerd de identiteit van zijn metgezel te achterhalen. Henk vertelde alles over me wat hij wist en dat kon hij rustig doen want dat was maar heel weinig; zelf mijn ware naam kende hij niet; hij kon hoogstens een vaag signalement geven en vertellen over mijn sport -en studie achtergrond en dat ik waarschijnlijk niet Ed Jansen heette. Ik begrijp nog niet welke enorm belangrijke figuur ze op het spoor meenden te zijn maar de SD ging zelfs de administratie en archieven van de Amsterdamse gymnasia controleren en foto's van leerlingen en hockeyelftallen ter identificatie aan Henk voorleggen. De staf van het Ignatius college is dagenlang ondervraagd met speciale aandacht voor schoolverlaters die medicijnen waren gaan studeren. Dat spoor liep uiteraard dood want in 1938 was ik op de G.U. ingeschreven in de Economische faculteit. Pas een jaar later ging ik over naar Medicijnen. De schoolleiding wist wel om wie het ging, maar hield zich van den domme en gaf ze een rijstebrijberg van papier om ze lang en nutteloos bezig te laten zijn. Hoe grenzeloos fanatiek de SD maandenlang bezig was dit geval te onderzoeken, blijkt uit de beschrijving van één van de vele verhoren die Henk onderging.

Hier volgt een citaat uit zijn dagboek:

dinsdag 14 april.

In de ochtend om 12.25 uur word ik opnieuw voor verhoor gehaald. Ze hadden een of andere wildvreemde jongen opgepikt die zeker Eddie van zijn voornaam heette en die waarschijnlijk op het Barleus gymnasium had gezeten. Het verhoor van ons duurde waarschijnlijk 10 minuten toen begrepen de beide verhoorders wel dat we niets met elkaar te maken hadden. Dit onderzoek werd geleid door een Hollandse rechercheur en de SD-officier van de vorige keer, deze was nu in burger. Ze dreunden de namen van het hele hockeyelftal voor mij op. Ik kende er geen een van. 's Middags om 2.45 uur werd ik weer gehaald, de SD-officier had een groot fotoboek bij zich van het gehele Barleus gymnasium. Hij was er echter niet bij. Ik vertelde hem ook dat Jansen ook op het Canisius kon hebben gezeten, omdat hij katholiek was. Dit alles duurde misschien een minuut of 6. Mijn onderzoek gaat voort. Nog dezelfde middag om 3.45 uur werd ik weer uit mijn cel gehaald, opnieuw voor de SD-officier geleid. Deze liet me nu een paar foto's zien van elftallen van de hockeyvereniging H.I.C. H.l.C. Ik herkende er Jansen echter niet op. De SD zei dat hij nog een keer terug kwam." Tot zover zijn dagboek.

Tijdens zijn verhoren heeft Henk nooit Sjaak Boer genoemd! Hij hield strak en stijf vol dat ik hem die zondag gebeld had en hem gevraagd had in te vallen. Ik zou tijdens vroegere gesprekken geweten hebben van zijn wens om naar zijn oom in Indië te gaan en zou hem toen aangeboden hebben om via Engeland zijn doel te bereiken. Niemand van de groep is bij de SD bekend geworden. Uiteindelijk gaf de SD het op. Henk kwam begin '43 in Buchenwald aan als "Nacht und Nebel (NN) Haftling" een z.g, "Keitel Erlasz", waarvan Generaal Keitel bepaald had, dat die extra zwaar gestraft moest worden en nooit meer in de samenleving mocht terugkeren! Zijn dagboek beschrijft de ongelooflijke wreedheden en verschrikkingen waaraan de SS zich schuldig maakte in de concentratiekampen waarin hij terecht kwam en die hij aan hel eind van de oorlog nog maar net overleefd heeft.

Naschrift:

Sjaak Boer heeft aan het einde van de oorlog een gewelddadige dood gevonden. De toedracht is nooit opgehelderd. Wim Gertenbach is als drukker van Het Parool op 31 jan. 1942 door de SD gearresteerd en op 5 februari 1943 gefusilleerd. Nathan Melkman is op 13 maart 1942 tegelijk met 130 andere Zandvoortse Joodse families, via Amsterdam naar een Duits vernietigingskamp afgevoerd en afgemaakt...! Dat is misschien erg kort en cru gezegd. Het leed verpakt in bovenstaande twee regeltjes is onvoorstelbaar groot en stemt tot diep nadenken! Dit mag nooit vergeten worden! Voor menigeen is het beestachtige, wrede optreden van de bezetters tegen de joden een reden te meer geweest om zich aan te sluiten bij het verzet, desnoods met inzet van het eigen leven. Wijlen Ton van 't Lam, mijn steun en toeverlaat, overleefde de oorlog wél. Hoe het de, voor mij onbekende, dappere helpers vergaan is weet ik niet. Ook voor hen moet het buitengewoon teleurstellend zijn geweest dat de poging mislukt is, terwijl ze daar grote risico's voor hebben gelopen. Als ze deze regels ooit zullen lezen dan zeg ik ze heel, heel veel dank! Ten slotte een opmerking over de villa Brederodestraat 205 E. Terwijl de hele Zeereep door de Duitsers vernietigd werd, ongeveer 750 woningen en gebouwen, werd onze eerste "uitvalsbasis" vlak achter de boulevard, het pand Brederodestraat 205 E, gespaard en staat er, waarschijnlijk als unicum, 50 jaar na de bevrijding, nog steeds. Naar verluidt, zou een Duitse commandant deze villa als woning gebruikt hebben. Kortgeleden vernam ik van mijn metgezel Henk Peper, de naam van één van de helpers op 18 jan. 1942, n.l. Ge Snijders, zijn buurjongen in de Kostverlorenstraat. Ge wist veel van schepen en varen af. Hij had meegeholpen met het in zee brengen van onze boot en heeft later aan Henk gezegd, dat hij de boordhoogte boven water te gering vond voor zo'n tocht. Op zich een begrijpelijke opmerking. Het uitgangspunt was echter dat we alleen zouden uitvaren bij zware mist in combinatie met een absoluut vlakke zee. Dit laatste was nagenoeg het geval ten tijde van ons vertrek, ik rekende er op dat bij het vorderen van de reis de boordhoogte groter en dus veiliger zou worden door het brandstofverbruik. Zijn opmerking stelt ook de keuze van de boot ter discussie. Ik heb bewust gekozen voor een, betrekkelijk kleine en voor die tijd lichte, stepraceboot met sterke buitenboordmotor, die een zeer hoge snelheid kon maken. Het betekende een minimum aan vervoersproblemen naar de uitgangsbasis in Zandvoort en later naar strand en zee. Verder zou, door kimduiking, deze lage boot voor waarnemers aan de kust of in een achtervolgend vaartuig al op weinige kilometers afstand onzichtbaar zijn. Ook door de hoge snelheid, de mist en het nachtelijke duister zouden we onvindbaar zijn voor achtervolgers. Voor overdag hadden we een camouflerend dekzeil bij ons. Om nabij Engeland onze aanwezigheid duidelijk te maken, zouden we het noodzeil opzetten. Ik meende dus de juiste boot te hebben. Wel waren door deze keuze onze uitvaarmogelijkheden beperkt tot enkele herfst -of winterdagen. Gezien de negatieve publicaties over collaboratie in Zandvoort tijdens de oorlog, wil ik het volgende rapport over de Zandvoortse politie vermelden. Het is de letterlijke tekst van een onderdeel van het verhoor dat, na mijn aankomst in Engeland mij is afgenomen op 29 juni 1943 in 'Patriotic School' te Londen, waarin mijn oordeel over de politie te Zandvoort werd gevraagd. "In Zandvoort was de politie goed, met uitzondering van een brigadier. Zij hebben mij in alles geholpen bij de poging om per bootje weg te komen. Jacq. Boer, zaak doende te Zandvoort, Kerkplein en van 't Lam wonende te Zandvoort Oosterparkstraat, kantoorbediende bij de Vries te Amsterdam hebben ons zeer veel geholpen." Deze verklaring gold uitsluitend voor de politie in het begin van de bezettingsjaren, namelijk najaar en winter 1941/42. Persoonlijk heb ik nooit contact gehad met de politie in die tijd. Wat ik heb verteld berust op gesprekken met Boer en Van 't Lam. Ik meen dat de berichten over de villa's en de plannen van de Duitsers van de politie afkomstig waren geweest. Henk Peper heeft mij gezegd dat bij zijn arrestatie, verhoor, verblijf in een cel en het vervoer naar Amsterdam slechts één "foute" Zandvoortse agent betrokken was.


Aanvulling op bovenstaand artikel.
A. Koning, hij was één van de helpers die de boot in zee brachten, deelde het volgende mee n.a.v. "ENGELANDVAARDER": de route ging niet langs de katholieke kerk, maar vanaf de Brederodestraat door de Marisstraat, Badhuisplein, burg Engelbertsstraat, Parallelweg (voor school C langs) en zo naar de Noord-boulevard. " We spraken af om de volgende avond de boot met vier man te verplaatsen. De volgende avond gingen wij op pad met onze politieagent op de fiets voorop. Hij gaf het sein dat alles veilig was dus gingen wij vlug achter de boot. Die was niet zwaar maar het was toch wel een heel eind lopen en het moest snel gebeuren wilden we niet gesnapt worden. Maar wonder boven wonder is het ons toch gelukt. De volgende avond kreeg ik het verzoek of ik het versperringsdraad bij de afgang voor de boot maar stuk wilde gaan knippen. Ik kreeg van de politie de tijd door wanneer het veilig zou zijn .'s Avonds om half zeven was het zover en ik ging in het donker op pad. Onze agent was er ook en zei dat ik mijn gang kon gaan maar goed moest opletten. Ik ging snel aan de slag en de agent verdween. Het was een kwartiertje werk, het strand was verlaten want er mocht niemand komen. Ik liep naar boven en zag daar ook nog prikkeldraad, dat ik wegknipte. Net toen ik klaar was hoorde ik moffenlaarzen aankomen. Ze waren met zijn tweeën, het angstzweet brak mij uit. Ik liep een eindje verder, deed mijn broek los, liet deze zakken en wachtte af. Ze schreeuwden naar me dat ik moest komen, want ze hadden mij natuurlijk gezien, Ik ging snel naar ze toe, mijn broek met de hand omhoog houdend en vertelde dat ik nodig moest. Ze zeiden dat ik snel moest maken dat ik wegkwam. De volgende avond brachten wij de boot in de spiegelgladde zee". Koning vertelde ook dat de kar, 'geleend', met andere woorden gestolen van Kooyman de steenhouwer, natuurlijk op het strand werd achtergelaten. Deze werd later door Bank Schelvis voor de strandvonder van het strand afgehaald.