Geschreven door Maarten Weber   
vrijdag, 10 april 2009 18:00
Uit de Klink van 1995 - 5 mei 1945, enige persoonlijke herinneringen.
Vijftig jaar geleden 'VESTING HOLLAND CAPITULEERT', zoals 'De Kleine Patriot' met extra grote letters meldde. Nederland bevrijd van de Duitse bezetter. En enkele dagen later zou het feldgrau vervangen worden voor een totaal ander uniform, het kaki van Engelsen en Canadezen.

De feestvreugde moet men meegemaakt hebben om te kunnen begrijpen, het omschrijven is een ondoenlijke zaak. Het begin was aarzelend, het einde van de oorlog zat al enige tijd in de lucht. Er vonden voedsel droppings plaats, voor de toeschouwers niet geheel van gevaar ontbloot, en 4 mei deed 's avonds het gerucht de ronde dat de oorlog was afgelopen, de opgeschoten jeugd zwierf lang na 'spertijd' nog door het dorp maar echt vertrouwd werd de zaak nog niet en men keerde al snel huiswaarts. De volgende dag was het dan zover, 'officieel' werd bekend dat de Duitsers in het westen van Nederland zich hadden overgegeven.

Vreugdevuur
Vlaggen werden uitgestoken en .... later weer ingehaald daar het gerucht zich verspreidde dat de Duitsers in het westen door zouden vechten. Dit laatste bleek gelukkig niet waar te zijn. Zij waren echter nog wel aanwezig en voelden zich misschien ook wel opgelucht maar zeker niet erg op hun gemak. Op het Tramplein (waarom werd deze naam ooit vervangen door Raadhuisplein) werd op de avond van de vijfde mei een vreugdevuur gemaakt met inventaris en propagandamateriaal uit het 'Kringhuis' enige Duitsers die passeerden schrokken misschien net zo erg als de feestvierders.


Dit bleek ook op 6 of 7 mei toen wij met enige vrienden naar Haarlem trokken en door de mensen menigte in de Grote Houtstraat een paard en wagen reed met enige Duitsers op de bok. Kennelijk voelden zij zich bedreigd want er werden enige geweerschoten afgevuurd met als resultaat dat ik plat op de grond in de portiek van een bioscoop lag, samen met vele anderen. De schoten waren blijkbaar in de lucht afgevuurd, er waren geen gewonden. Het betekende wel terug naar Zandvoort, met nog steeds Mongoliërs, in Duitse krijgsdienst, bij de muur.

Mijnenvelden in het dorp
Zandvoort was nog steeds een dun bevolkt dorp, alleen het centrum was bewoond, omringd door mijnenvelden. Vervoer was er niet evenmin als gas en elektriciteit en om het eten te koken moest, net als daarvoor, gezorgd worden voor brandhout. Naar mijn herinnering werd dat laatste na de bevrijding steeds moeilijker hoewel er een uitbreiding van aanbod was n.l. hout uit loopgraven op de reep.

Verlengde Haltestraat was een mijnenveld
Hoewel, of beter doordat het 'feldgrau' vervangen was door het 'kaki' liep ik zelf binnen enkele weken in een 'feldgraue' broek, achterovergedrukt uit de opslag in het vroegere kinderhuis aan het Stationsplein. Mijn eerste lange broek, want vroeger was dat heel anders dan nu. In ieder geval was het meenemen van enige uniformen tenminste het meest praktische van wat uit dat gebouw en het vroegere Hollandia-theater weggenomen werd. Het 'organiseren' van een grote rubberboot vanaf het midden van het Stationsplein samen met Jaap v.d Werff en Kees v.d. Klauw mondde daarna nog in een hachelijk avontuur uit daar wij op weg vanaf het station naar de Amsterdamse vakantiekolonie, op zoek naar een pomp om de rubberboot te kunnen oppompen, vanaf het perron de verlengde Haltestraat in liepen om zo naar de Kostverlorenstraat te komen. De verlengde Haltestraat was toen geen straat maar zand en was mijnenveld. Dit laatste wisten wij wel maar één van ons had daar een jeep gezien met Canadezen en wij meenden dat het mijnenveld geruimd was. Niets was echter minder waar, na een meter of tien gelopen te hebben zagen wij een plankje boven het zand, kenners als wij waren stonden we meteen stil, keken verder en jawel nog een blootgestoven plankje.

Restanten van paard
We haalden wat zand weg en inderdaad een landmijn. Het geluk was tot zover met de dommen geweest maar nu moest er goed gehandeld worden en zo snel en veilig mogelijk er uit zien te komen. Het dichtstbijzijnde punt om er uit te komen was bij de restanten van het paard van v.d. Berg dat, door het op zo'n mijn lopen jammerlijk om het leven gekomen, lag voor de open garages, naast wat nu hotel Faber is. Wij besloten de ogen goed de kost te geven en mijn voor mijn op te graven dit laatste in de veronderstelling, die juist bleek te zijn, dat de mijnen niet in het wilde weg in de grond gestopt waren. Zo bereikten we na verloop van tijd het kadaver en veilige grond.

Bennoheim
Wat herinnert men zich zoal na vijftig jaar nog? De blikken met vierkante koek. De blikjes 'meat en vegetables'. De Engelsen en Canadezen die onder de waranda van Bennoheim op benzinevergassers echte thee zetten. Een feestmiddag verzorgd door onze bevrijders met chocola en muziek, en wel van een geheel ander genre dan het 'und wir fahren..'

Straatfeesten
De bladen 'KIJK' en 'BIG BEN' uitgegeven door resp. de Amerikanen en Engelsen die trouw voor mij bewaard werden door mevr. Lorentz. En je mocht weer op het strand, een strand weliswaar met palen en ijzeren versperringshekken in zee, maar toch het oude vertrouwde Zandvoortse strand. Zwemmen in de vijver was, hoewel leuk en minder winderig, toch maar behelpen geweest. En niet te vergeten de straatfeesten, zoals bij slagerij Spiers!

Maarten Weber