Geschreven door Hr. Bosman   
vrijdag, 10 april 2009 18:00
ZANDVOORT - Op 30 maart 1955 heeft de toenmalige gemeentesecretaris Bosman een terugblik op de Tweede Wereldoorlog geschreven. De laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog worden hierin nauwkeurig beschreven.

1942 was een rampjaar
Gedurende de oorlogsjaren was 1942 een rampjaar voor Zandvoort. Op vrijdag de 13e (…) maart 1942 werden 153 Joodse ingezetenen met hun gezinnen naar Amsterdam geëvacueerd en daarna afgevoerd naar de Duitse kampen en gaskamers. Slechts 21, voor zover na te gaan, overleefden dit. Op 6 november werd de evacuatie van de gehele bevolking van Zandvoort afgekondigd. Na enkele maanden daalde het aantal inwoners van 9808 naar 1789. Op 14 november 1942 gelastte de Räumungskommissar de sloop van 138 woningen en hierna volgden nog 12 bevelen tot sloping. In 1944 werd het laatste bevel uitgevoerd en in totaal 648 gebouwen verdwenen met de funderingen en al. Daarnaast werden nog eens ca. 900 leegstaande huizen “ausgeräumt”, ontdaan van sanitair, gas, elektriciteit en waterleidingen.

Burgemeester ontslagen
Op 18 november 1942 ontving Burgemeester van Alphen telefonisch de mededeling dat hij gerekend van 11 november af, hij ontslagen was als burgemeester van Zandvoort. De burgemeester vertoonde een ‘stroeve’ houding tot de bezetter en toen er zich een verschil van mening openbaarde betreffende de lijst van ‘blijvers’, (degenen die niet aan evacuatie zouden worden onderworpen) van de bezetter het genoeg in greep dus in. Al tijdens de gijzeling van burgemeester Van Alphen was de N.S.B.-burgemeester Zigeler van Bloemendaal aangewezen als waarnemend burgemeester van Zandvoort. De Duitse bezetter wilde echter dat zowel de evacuatie als de sloop van de complete kustbebouwing snel werd uitgevoerd. Uit de bestuursraad (de opvolger van Gedeputeerde Staten) werd Dr.Groeneveld aangewezen als waarnemend burgemeester van Zandvoort.

Tijdelijk twee waarnemende burgemeesters
Wat weinigen dus weten is dat er een periode is geweest, dat Zandvoort twee waarnemende burgemeesters had. In januari 1943 trok Dr. Groeneveld zich terug en kreeg Zandvoort weer één waarnemend burgemeester. In de tussentijd herhaalde wethouder van der Moolen op 26 november 1942 zijn ontslagaanvraag en wethouder Slegers diende op 18 maart 1943 zijn ontslag in. Op vragen van de commissaris van de Provincie om de reden van de ontslagaanvraag van de heer Slegers antwoordde de waarnemende burgemeester Zigeler het volgende: “Ik heb de eer UHoogEdelGestrenge te berichten, dat ik aan de heer Slegers als wethouder van sociale zaken heb opgedragen om bij het personeel van de gemeentelijke dienst voor sociale zaken propaganda te maken voor de Nederlandse Volksdienst. De heer Slegers deelde mij daarop mede, principieel afwijzend te staan tegen de Nederlandse Volksdienst en hij verzocht mij, hem van deze opdracht te ontheffen. Ik was daartoe niet bereid omdat ik van een wethouder van sociale zaken meen te mogen verwachten, dat hij werkzaam is in de geest van de nieuwe tijd. Dit was voor de heer Slegers aanleiding om zijn ontslag als wethouder te verzoeken.” Aan de heer Van der Moolen werd met ingang van 18 mei 1943 en aan de heer Slegers met ingang van 9 augustus 1943 ontslag verleend als wethouder.

Volledig N.S.B.-bestuur
Zij werden als zodanig opgevolgd door de heren M. Heyenbrock en C.A.H. Gerke, waardoor Zandvoort toen dus een volledig N.S.B.-bestuur kreeg. De activiteit van het gemeentebestuur bleef hoofdzakelijk beperkt tot het uitvoeren van de orders van de bezettende macht. Van groot belang was, dat het overgrote deel van het gemeentepersoneel tot de ‘anti’s’ behoorde. Het secretariaat, de politie en sociale zaken waren geheel ‘goed’. Bij publieke werken en de gemeentebedrijven zat men met een enkele dwarskijker. Ten gevolge van het gebrek aan brandstof werd het secretariaat ondergebracht in het bureau van publieke werken. De arbeidstijden werden door gebrek aan licht en brandstof beperkt tot enkele uren per dag. In de laatste oorlogsjaren is door het Zandvoorts gemeentebestuur betrekkelijk veel gedaan voor de voedselvoorziening. In de Haarlemmermeer werden aardappelen, bonen en erwten geteeld; in de bollenstreek uien en wortelen gekocht en voorraden kaas en melkpoeder werden opgeslagen. Deze levensmiddelen werden op legitimatiekaarten aan de inwoners verkocht.

Aardappelaffaire
De grootste stunt is wel geweest de aardappelaffaire. De gemeente charterde een 300-tons aak welke voortgetrokken werd door een aftandse sleepboot. Deze vertrok op 5 februari 1945 vanuit Haarlem naar Friesland. Als inkopers maakten de heren F. Molenaar en N.J. Spoelstra deze gevaarlijke en moeilijke tocht mee. Over deze reis zou een heel boek te schrijven zijn. Op 15 februari was het schip tot Noord-Scharwoude gekomen, op 24 februari vertrok het uit Medemblik, op het IJsselmeer leed men bijna schipbreuk en op 27 februari werd Makkum bereikt. Na een bijzonder spannende periode kwamen de heren Spoelstra en Molenaar op zondag 9 april per fiets in Zandvoort aan met de verheugende mededeling dat het hen een fles Bols t.w.v. Fl.500, - had gekost om het aardappelschip na een zwerftocht door Friesland en Groningen als laatste vóór de afsluiting van het IJsselmeer te Lemmer geschut te krijgen en dat het schip in Amsterdam was aangekomen. De lossing geschiedde later te Spaarndam en niet in Haarlem of Heemstede omdat met er bang voor was dat de N.S.B.-burgemeesters in de genoemde gemeenten de aardappelen in beslag zouden nemen. Van Spaarndam af werd de kostbare lading per auto naar Zandvoort vervoerd, in het Patronaatsgebouw opgeslagen en zo spoedig als mogelijk gedistribueerd. Per hoofd van de bevolking kon 1 hectoliter aardappelen ter beschikking worden gesteld. Dankbaarheid der bevolking kwam tot uiting in een huldiging van de inkopers en van de heer Jung, die met hulp van enkele ‘goede’ Duitse officieren het transport voor ingrijpen van Duitse zijde wist te behoeden.

Wederopbouwplan "Friedhoff"
De zorg voor het naakte bestaan kon niet beletten dat men zich voorbereidde op de wederopbouwtaak welke na de bevrijding zou moeten worden gestart. Burgemeester van Alphen nam al kort na zijn ontslag contact op met Ir. Friedhoff, die destijds aan de dienst van publieke werken te Haarlem verbonden was. Talrijke conferenties vonden plaats en zo ontstond het wederopbouwplan "Friedhoff" dat - dank zij allerlei inlichtingen welke door de technische dienst te Zandvoort werden verstrekt - al tijdens de bezetting in een speciale afdeling (“de Zandvoort-kamer”) van het bureau van Ir. Dufour, de algemene gemachtigde voor de bouwnijverheid in Noord-Holland te Haarlem tot in details werd uitgewerkt. Hieraan is het vooral te danken dat de wederopbouw van Zandvoort (het Gasthuishofje en de woningen aan de Burgemeester Engelbertstraat en de Noorderstraat) zo snel konden worden gestart vlak na de bevrijding. Na de “Dolle Dinsdag” liet burgemeester Van Alphen zijn gezin te Velp achter en bleef in de omgeving van Zandvoort om direct gereed te zijn als de kansen zouden keren en het Nederlands bestuur in Zandvoort zou worden hersteld.

Duitsland capituleert
De heer Bosman verteld: “In de avond van 4 mei 1945 wordt ik om half twaalf gewekt door gebons op de voordeur. Het bleek wethouder Slegers te zijn, die vertelde van wethouder Van der Moolen bericht te hebben ontvangen dat Duitsland gecapituleerd had. Bij wethouder Van der Moolen thuis, op Dr. Gerkestraat 18-rood) zou een bespreking plaatsvinden van de beide wethouders met de secretaris en de waarnemende commissaris van politie. Omstreeks kwart voor twaalf begaf ik mij naar het huis van wethouder Van der Moolen. Er bevond zich niemand op straat, het uitgaansverbod werd nog nageleefd. Bij vele huizen drongen echter lichtstrepen door de verduistering heen en dat wees erop dat op dit late uur meer mensen nog op waren dan normaal. In de huiskamer van wethouder Van der Moolen (door een olielampje spaarzaam verlicht) bevond wethouder Slegers zich al en even later kwam de waarnemende commissaris van politie, de heer Vreman. De zoon van de heer Van der Moolen begaf zich naar de zolder om via een door hem geconstrueerd radiotoestel te trachten het nieuws van de capitulatie nog eens op te vangen. Later kwam hij binnen met het bericht dat de capitulatie van West-Nederland, Denemarken, Noorwegen en West-Duitsland zou ingaan op zaterdag, 5 mei 1945 om 8 uur ’s-Morgens.  Wethouder Slegers bracht in bespreking de vraag, wanneer burgemeester van Alphen, die al in Heemstede aanwezig was, weer naar Zandvoort zou kunnen terugkeren. Men was het er over eens dat voorzichtigheid in acht moest worden genomen vanwege de Duitsers, die het spergebied Zandvoort nog bewaakten en natuurlijk de N.S.B.-ers.

Nederlandse vlag werd uitgestoken
Besloten werd om de burgemeester de volgende morgen in alle vroegte per gemeenteauto af te halen. Om 8 uur zouden de wethouders naar het raadhuis gaan om met de burgemeester hun taak te hervatten. Op 5 mei waren de burgemeester, de wethouders en vele ambtenaren om 8 uur ’s-morgens aanwezig. Op het Tramplein hadden zich enkele honderden burgers verzameld. Ontroerend was het moment dat de Nederlandse vlag werd uitgestoken en het publiek spontaan het Wilhelmus aanhief. Daarna kwam het publiek naar de bovenverdieping van het raadhuis om de burgemeester en de wethouders de hand te drukken. Tussen de mensen door bewoog zich een Duitser, die kwam vragen wanneer de vorige dag verstrekte opdracht: met de gemeenteauto en kanon naar Leiden vervoeren, zou worden uitgevoerd.

Valse ausweiss
Hoewel met tegenzin werd hieraan nog voldaan, vooral met het oog op het feit dat de Duitsers Zandvoort nog beheersten en als verboden gebied handhaafden. Zo moest de burgemeester dus met een valse ausweiss de Duitse controlepost passeren. De gezellige drukte en de aangename stemming werden verstoord toen de chauffeur Jansen uit Leiden terugkwam met de mededeling dat in Haarlem alle vlaggen werden ingehaald omdat de vesting-Holland zou doorvechten. Deze mededeling werd met ontsteltenis ontvangen. Zouden wij te vroeg gejubeld hebben en de burgemeester aan ernstig gevaar hebben blootgesteld? Na enig beraad werd besloten de vlag in te halen.

Er mocht niet gevlagd worden
Langzaam verdwenen de overige vlaggen in het dorp. Ongeveer een uur later kwamen twee SS-lieden, een Feldwebel en een soldaat, op het raadhuis. Zij moesten de burgemeester spreken. In de burgemeesterskamer vroegen zij de met oranje getooide burgemeester of hij de burgemeester was. Deze antwoordde daarop bevestigend. De Duitsers zeiden toen namens de Ortskommandant te komen omdat er in Zandvoort vanaf de openbare gebouwen gevlagd werd. De burgemeester toonde hen aan dat er geen enkele vlag uithing, waarop de Duitsers zeiden dat de strijd doorging en zij hun wapens gingen halen; er mocht absoluut niet gevlagd worden. In de loop van de middag bleek de capitulatie toch zeker te zijn en werden in het dorp de vlaggen weer uitgestoken en om 15:00 uur werd de eerste vergadering van Burgemeester en Wethouders gehouden.”