Geschreven door Cor Draijer   
vrijdag, 10 april 2009 18:00
ZANDVOORT - Het beroep schelpenvisser, ook wel schelpenbagger genoemd, is in Zandvoort een inmiddels uitgestorven beroep. Dit jaar ben ik in het plaatsje Koksijde in België geweest. Voor mensen met jonge kinderen is het een echte aanrader; het park Plopsaland met kabouter Plop en consorten, Samson en Gert, Big & Betsy, Wizzy & Woppy, Piet Piraat en soms ook K3 ligt daar vlak in de buurt.

Zandvoort - Schelpenvisse
           
                                August v/d Mije (De Steek) 

Spectakel aan de vloedlijn
Op het strand van Koksijde voltrok zich dagelijks een waar spektakel. Ruim 10 paarden en evenzoveel wagens trokken vanuit het centrum in een soort optocht naar de vloedlijn om op garnalen te gaan vissen. Misschien is het een leuk idee om in het kader van Zandvoort 700 jaar de Zandvoortse traditie van het schelpenvissen als traditioneel en folkloristisch gebeuren in ere te herstellen. 

Kalkovens en glasindustrie
Immers, reeds in de 12e eeuw komen we het beroep van schelpenvisser al tegen. Op houten wagens met schotten van een halve meter hoog werden de schelpen vanuit Zandvoort door de duinen naar Haarlem gebracht, naar de Leidsevaart en het Spaarne alwaar de schelpen werden overgeladen in een schip om vervoerd te worden naar de kalkovens of de glasindustrie. Dit transport naar Haarlem was zeer tijdrovend en over de verdiensten moest ook nog belasting worden betaald. 

Accijns op het schelpenvissen werd afgeschaft
Het is aan twee Zandvoortse schelpenvissers te danken dat in 1394 hertog Albrecht van Beieren de accijnzen op het schelpenvissen afschafte, waardoor dit beroep opbloeide. Kalk van schelpen stond in de 17e eeuw hoog aangeschreven en de meeste kalkovens lagen ver van de kust. De dichtstbijzijnde in Akersloot, om precies te zijn. Toen het toerisme in opkomst kwam, was het snel afgelopen met het schelpenvissen, er was makkelijker en sneller geld te verdienen aan de toeristen. 

Kalkoven voor schelpen

Kalkovens in Akersloot in onbruik
Na de Tweede Wereldoorlog werden de kalkovens in Akersloot niet meer gebruikt en werden zij afgebroken. Gelukkig niet voor de sloop maar om weer opgebouwd te worden in het Zuiderzeemuseum. De ovens zagen er kegelvormig uit en hadden een hoogte van 15 tot 20 meter. De schelpen werden erin verhit tot 900-1200 graden Celsius. Het proces zette de schelpen om in koolzuurgas en calciumoxide. Dit calciumoxide is ook bekend onder de naam ongebluste kalk. Het letterlijk blussen met water leidt tot de vorming van calciumhydroxide, ook wel kalkhydraat (hydra = water). Door dit nu fijn te malen ontstond er metselkalk. De sluiting en afbraak van kalkovens werd tevens veroorzaakt door de import van goedkope kalk uit het buitenland en de opkomst van de cementindustrie. 

Kalkovens voor schelpen

Bloedbuurt
Overigens was het opvissen van de schelpen alleen weggelegd voor gespierde mannen. De “schilpkarren” werden voorzien van hun lading door de beugels (de schelpnetten). Met name bij Oostenwind wordt door de onderstroom de schelpen aangevoerd die bij eb op het strand en in de golfslag achterblijven. De beugel wordt door de golfslag getrokken terwijl de schelpenvisser voetje voor voetje achteruit loopt. Het net door het water en over het zand schrobbend om de schelpen in de beugel te krijgen.. Na enige tijd wordt de beugel omhoog getild om een laatste keer de buitgemaakte schelpen in een aanrollende golf goed door te spoelen. Daarna werd met een sierlijke zwaai de beugel boven de kar gegooid zodat het net omsloeg en de schelpen in de kar terecht kwamen. Als de kar vol was, vertrok hij naar de zg. Bloedbuurt, daar waar nu de Brugstraat is. 

Per trein naar de kalkfabrieken
Vandaar uit ging het, toen de trein in Zandvoort zijn intrede deed, per spoorwagon (130 kruiwagens) naar de kalkfabrieken. De foto van deze week mocht ik ontvangen van August v/d Mije en laat zijn grootvader August v/d Mije zien, zijn bijnaam was “De Steek”. 



Dit artikel is verschenen op 18 december 2003 in het weekblad "De Zandvoorter"