Uit de Klink van 1991 - HERINNERING AAN ZANDVOORT

synagoge zandvoort1

Mijn oudste herinnering dateert van na de eerste wereldoorlog. Toen al gingen de joden de zomer naar Zandvoort. Voor een dagje, de meer gegoeden voor langere tijd, soms de gehele zomer. Door de hoogconjunctuur in de diamant- en andere industrieën van het jaar 1919 hadden enkele zelfs hun eigen villa gekocht. Asscher en in latere jaren Gerzon bezaten er een op de Noord-Boulevard, Van Leer en Kattenburg gaven de voorkeur aan verblijf in hotel. Ze frequenteerden Beau Site op de Zuid-Boulevard, Beau Semiel genoemd vanwege de vele joden die er logeerden. Waar joden wonen, en we doelen nu niet direct op bovengenoemden, komt een sjoel.
Bovenverdieping in de Brugstraat
Oorspronkelijk werd sjoeldienst gehouden op een bovenverdieping in de Brugstraat. Jos Lissauer, uit een bekende chazzaniemfamilie ging voor als chazan, Sjeffie van Dijk, thans te Haifa, toen nog een ambitieuze seminarist, fungeerde als baäl korè, alles con amore. Maar het lokaal werd langzamerhand te klein, de tijd was rijp voor een echte sjoel. Een groepje wakkere mannen, zoals dat destijds heette, stak de koppen bijeen. Op 13 november 1919 werd akte verleden in Amsterdam voor notaris Hendrik Wertheim, waarbij stichting "ELIA" te Zandvoort als rechtspersoon werd erkend. Een jaar later stierf een der initiatiefnemers, Jacques Veershijm (grootvader van Leo Seeligmann, tegenwoordig professor in Jeruzalem).

 

syna1

Sjoel in de Mezgerstraat
Dankzij de bekwame vakkennis en onderhandelingsgeest van de heer Hijman van Dam, stichter van H.van Dam Az. en Zonen, werd grond gekocht aan de dr. Johan Mezgerstraat en begonnen met de bouw van een nieuwe synagoge, die werd ingewijd op 17 augustus 1922. Er was een feestelijke bijeenkomst in het Oranje Hotel, waarbij door de burgerlijke autoriteiten het woord werd gevoerd en een dienst in de nieuwe sjoel, waar opperrabbijn Onderwijzer de gelegenheidsrede hield. De raad van bestuur van stichting ELIA bestond uit Arnold J. van Amerongen, voorzitter; Jesjaje Lissauer, vice-voorzitter; Nardus Davids Bzn, secretaris; Hartog M.Nijkerk, penningmeester; Hijman van Dam Azn, 2e penningmeester; J. H.Lamon en S.Menist. Het was een grote feestdag . Wie toen zou te durven voorspellen dat binnen twintig jaar de sjoel door antisemieten (NSB-ers bestonden toen nog niet) tot aan de grond zou worden vernietigd, zou op zijn minst als fanaat worden gebrandmerkt.

 

syna2 Doorkijk in de Dr. Johannus G. Mezgerstraat, links ziet u de Joodse synagoge

Zonder Kehilla.

Nu was er een sjoel - die slechts de zomermaanden werd gebruikt - en geen Kehilla; historisch een omgekeerde volgorde. Maar dit duurde niet lang. Al het volgende jaar werd in een plechtige bijeenkomst - op 12 augustus - de Nederlandsch Israëlietische Gemeente Zandvoort erkend. Als huldeblijk werd een Sefer-Tora aangeboden, rabbijn Coppenhagen sprak de gelegenheidsrede uit. Engelander met zijn kwartet is weer van de partij. De dienst wordt op voortreffelijke wijze geleid door de nieuw benoemde chazan Salo de Jong.
De baas in Sjoel
Niet geheel zonder zorg hadden de mannen van de stichting hun sjoel aan de kerkenraad van Zandvoort overgedragen. Maar al spoedig bleek dat deze vrees ongegrond was. De nieuwe kerkenraad bestaande uit: A. Krouwer, voorzitter; L. Andreson, secretaris-penningmeester; A. W. Cohen, leden van het kerkbestuur en verder Z. L. Blok, S. Cosman, M. Odewald, M. Blitz bleek volkomen opgewassen tegen zijn taak. De spil waarom al heel spoedig alles draaide was dé secretaris-penningmeester Leo Andreson. Deze kleine man, enorm scherp, nam de touwtjes in handen. Zandvoort werd zijn kehilla. Hij verzorgde de gehele correspondentie, behartigde de financiën en was de baas in sjoel. Hoewel van geassimileerde huize bleek hij een onovertroffen gabbai. Hij "maakte" feilloos iedere mie-sjeberach en kende de Hebreeuwse namen van alle badgasten uit zijn hoofd. Hij verdeelde in het hoogseizoen de sidra van de week in tientallen parasjot en eiste van ieder offeraar het maximum. Geen laatkomer, die stiekem binnensloop, kon aan zijn waakzaam oog ontkomen. De baal-hakoré kreeg een stopsein en zonder zich te vergissen in de Hebreeuwse naam werd de "aspirant-schnoderaar" voor de Tora geroepen.
Bezoekers
Ik zal de verleiding weerstaan om verder in te gaan op deze sjoeldiensten met chazzan Salo de Jong en later Mau Frank. Hoewel er veel te vertellen zou zijn over de sjoelbezoekers. Die kwamen in de eerste plaats voort uit de kehilla van Amsterdam. Maar Zandvoorts horizon was wijder. Er kwamen ook industriëlen uit het gehele land en uit het buitenland. Er waren interessante typen bij. Zo de (vermeend?) schatrijke X, die een enorme "pleite maakte", of de jonge Y, die al toen symptomen van godsdienstwaanzin toonde. Maar één bezoeker moet ik aan de vergetelheid ontrukken; David Salomon Sassoon. De familie Sassoon stamde oorspronkelijk uit Bagdad, waar de grondvester van het beroemde handelshuis David Sassoon in 1792 werd geboren. In 1932 kwam deze naar Bombay, waar hij het beroemde handelshuis stichtte, met filialen in Calcutta, Shanghai en Hongkong, die door zijn zoon werden geleid. De Sassoons kwamen tot enorme rijkdommen en monopoliseerden de gehele opiumhandel in Azië. Zij vestigden zich later in Engeland, waar ze in de adelstand werden verheven en hoge plaatsen in het sociale en politieke leven innamen (Sir Philip was o.a. secretaris van Lloyd George); ook als filantropen onderscheidden ze zich.

Grootste privé-bibliotheken
David Salomon, ik keer nu terug tot de "Zandvoort-bezoeker", was nog geboren in Bombay (1880) maar leefde evenals zijn familie in Londen. Hij heeft vele publicaties over joodse geschiedenis en literatuur op zijn naam (o.a. meat dewasj) en bezat in die jaren al een van de grootste privé-bibliotheken met onder andere 1250 Hebreeuwse en Samaritaanse handschriften. Hij woonde bij zijn Zandvoortse bezoek in het Grand Hotel, waar naar men zei hij speciaal voor kosjer eten had laten zorgen. Maar of zijn vroomheid niet zo groot was, als men had vermeend, of dat genoemde heer een langslaper was, in ieder geval verscheen hij niet de aangekondigde Sjabbatmorgen in sjoel, 's Middags kwam hij. Ik voel nog de spanning onder de bezoekers bij zijn "alija" voor de Tora. Zou met zijn gift het gehele winterseizoen zijn veiliggesteld? David Salomon Sassoon legde niet zijn kaarten op tafel. Hij offerde "metone letzedoke" - het bedrag dat deze gift inhield, is nooit door de gabbai prijsgegeven.

 

syna3 

Na de explosie in de nacht van 4 op 5 augustus 1940. De Joodse synagoge is
in puin veranderd. Op de voorgrond een brokstuk van de boeg van het in
de vorm van een ark gebouwde heiligdom. Op de plaats waar vroeger de
synagoge stond, is nu een gedenksteen.
Gemberbolussen
Tot nu toe heb ik me bepaald tot sjoel herinneringen. Ze maken slechts en klein gedeelte van het geheel uit. Maar het andere ligt buiten het karakter van dit artikel; de jaarlijkse sportwedstrijden geleid door Jack Lissauer, het jaarlijkse bezoek van het "Jongensweeshuis" -nog in uniform !- de voetbalwedstrijd, georganiseerd door Gerard van Dam, tussen de badgasten - allen joden, met een echte keeper Jackie Komkommer - tegen de Zandvoortse voetbalclub. En dan nog dit: eenmaal per jaar, na Tisjwa Beaw gingen we gemberbolussen eten bij Rood, de kosjere bakker schuin tegenover de sjoel. De bekende Amsterdamse diamantair Nathan Streep zei dan: " Ga naar Rood en eet maar zoveel als je kan, en laatie mij maar de rekening sturen." En we aten ! Dat juist deze gebeurtenis zo sterk in mijn geheugen is gegrift, is misschien te danken aan het feit dat ondanks de tegenwoordige voorspoed hier, Israël (nog?) gemberloos is gebleven.
Dit alles doemde voor me op, toen ik dezer dagen in het N.I.W. las van het overlijden van Leo Andreson in de ouderdom van 82 jaar. Toen ik "de kleine", zoals hij in onze familie genoemd werd, na de onderduik ontmoette, sprak hij me, als bewijs dat zijn geheugen nog uitstekend was, aan bij mijn Hebreeuwse naam: Eliezer ben Sjimon, ik liet me niet onbetuigd en antwoordde: Eliezer ben Simchas.

Bovenstaand artikel, van de hand van E.v.A. geschreven als eerbetoon aan de heer L.Andreson, werd geplaatst in het N.I.W. d.d. 20 september 1963.